Een moderne Christus

Veel mensen zien grote tegenstellingen tussen religie en wetenschap. Het zouden twee onverenigbare werelden zijn. Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen beide, maar ik zie ook grote overeenkomsten. Bijvoorbeeld in de schaal van hun beloftes. Zowel religie als wetenschap beloven ons het eeuwige leven, en de tweede aflevering van De Volmaakte Mens laat dat prachtig zien.

Aanvankelijk maakte alleen religie aanspraak op het eeuwige leven. In het christendom kreeg dat de vorm van een perfecte Hemel waar we na een deugdzaam leven naartoe zouden vliegen. Dit beeld van het eeuwige leven houdt lang stand, maar gaandeweg de middeleeuwen begint men eraan te morrelen. Men begint zich steeds meer af te vragen of dat wat we in taal uitdrukken ook buiten de taal te vinden is. Die vraag heet wetenschap.

In de verlichting groeit ons zelfvertrouwen, en krijgen we steeds meer waardering voor deze vraag. Via experimenten bevestigen of ontkennen we het bestaan van de dingen waarover we praten. Aangezien de Hemel zich tijdens deze experimenten niet openbaart, verliest dit beeld zijn geloofwaardigheid. Zo verhuist religie uit het domein van denken naar het domein van het geloof.

Tegenwoordig is het zover dat we de Hemel bespotten. We zien haar als een al te menselijke fictie die is bedacht uit onze angst voor de dood. Maar wacht eens even... de angst voor de dood? Als de Hemel ons daar niet meer tegen beschermt, wat dan wel? Betekent dat dat we echt doodgaan? En als we dat niet willen, wie kan ons dan nog het verlossende woord bieden?

Op dat moment stapt überwetenschapper Aubrey de Grey op het podium. Het is niet alleen zijn baard die ons aan Jezus Christus doet denken, het is ook zijn belofte. Want ook Aubrey de Grey predikt het eeuwige, perfecte leven... maar dan op aarde. Hij doet dit in een wetenschappelijke stijl die geloofwaardigheid moet afdwingen. Zo praat hij liever niet over 'geloven', maar over kansberekening en wiskunde.

Kansberekening en wiskunde doen het goed bij het publiek van tegenwoordig. Ze roepen het beeld op van intelligentie, waarheid en autoriteit. Het publiek in de zaal luistert, enigszins sceptisch als toen, maar denkt: ‘Wie weet heeft hij gelijk… en als er ook maar een kleine kans is dan…’ Zo heeft de wetenschapper de rol van de pastoor overgenomen, en hebben religie en wetenschap één cruciale belofte gemeen: de belofte van het eeuwige leven.