Iedereen Einstein. Of toch niet?

U kent het verhaal wel: we gebruiken slechts 10% van onze hersencapaciteit. Als we nu eens uitvinden hoe we die slapende 90% wakker kunnen kussen, dan kan de übermensch niet ver weg meer zijn. Maar klopt dit verhaal over de 10% wel? In zijn boek Verbeter je brein haalt wetenschapsjournalist Reinoud de Jongh deze populaire mythe met vier argumenten door de gehaktmolen.

1)      Ons brein is duur: 2% van ons lichaamsgewicht is grijze massa, maar deze massa verbruikt wel 20% van al onze zuurstof. Vanuit evolutionair oogpunt is het onbegrijpelijk dat zich een orgaan heeft ontwikkeld dat er voor 90% maar een beetje ongebruikt bij ligt. Stel dat we inderdaad maar 10% van ons brein gebruikten, dan hadden we genoeg gehad aan een exemplaar van 140 gram.

2)      Onze hersenen moeten niets hebben van verspilling. Use it or lose it is het motto. Wat je niet gebruikt, heb je blijkbaar niet nodig en kun je missen.

3)      Zouden we inderdaad maar 10% van onze hersenen gebruiken, dan zouden hersenbeschadigingen vaak geen effect hebben op ons functioneren. Ze zouden namelijk veelal slapende cellen vernietigen.

4)      Sinds de ontwikkeling van de hersenscans zien we de hersenen aan het werk. Er zijn nog geen ‘zwarte gaten’ gevonden waar geen enkele activiteit te zien is.

Het verhaal over de ongebruikte 90% kan dus in de prullenbak. Jammer, maar helaas, niet iedereen is een slaapwandelende Einstein. Wat wel waar is, is dat we op elk moment niet meer dan 1% van onze hersenen gebruiken. Kunnen we dat percentage niet wat opkrikken, we kunnen toch wel wat meer hersencellen tegelijkertijd aan het werk zetten? Nou nee. Als we dat zouden doen, dan smelten onze hersenen door oververhitting. Ook geen aantrekkelijke gedachte...

Rutger