Ik en de übermensch

Übermensch, het is en blijft een ongemakkelijke term. Zelf moet ik direct aan de nazi’s denken. De Vlaamse historicus en ethicus Gie van den Berghe schrijft in zijn boek De mens voorbij dat het denken over de maakbare mens, over de übermensch, veel verder teruggaat dan Nietzsche en de nazi's. In de achttiende eeuw begonnen verlichtingsdenkers al na te denken over fokprogramma’s voor mensen. De grote geesten uit die tijd waren bijzonder enthousiast. De mens moest uit zijn slaafse natuurlijke staat worden gehesen, de mens moest zichzelf vervolmaken, moest zelf een god worden. De mens moest übermensch worden!

Ik zie de gruwelijke praktijken van de nazi’s graag als afwijking van ons westerse vooruitgangsdenken. Wat zij deden had niets te maken met ons streven naar een betere wereld, een betere mens. Op die manier kan ik hun acties wegzetten als een op zichzelf staande hel. Maar kom ik daar wel mee weg? Hebben Aktion T4, Auschwitz en Josef Mengele echt helemaal niets met mij te maken? Ik wil toch ook dat mijn kinderen beter, gezonder en gelukkiger worden? Rechtvaardigt dat ideaal niet veel van deze kwaden?

Misschien moet ik deze gruwelijkheden zien als de uiterste consequentie van ons vooruitgangsdenken. De Endlösung is het pad waarop je terechtkomt als je het idee van de maakbare mens tot in het uiterste doorvoert. Aan wie heb ik verantwoordelijkheid af te leggen als ik mijn eigen god ben? Het is een ongemakkelijke gedachte, maar misschien wel een noodzakelijke.

Rutger